Sevilla is een prachtige, oude stad, waar de zon veel schijnt en de smaakvolle appelsienen aan de bomen hangen, of door de straat vliegen. De stad werd rond het jaar 200 gesticht door de Romeinse keizer Ramonulus Condomulus, de god van de vruchtbaarheid en de heerser van het Smidswegje, waar volgens de lokale APV andere regels gelden: hurken is lurken. De ellende begon al op het vliegveld, door een goed telefoongesprek met accordeonist en pianostemmer Arthur Wauters, die graag Chinees wil eten in Vlaardingen, maar die blijken geen foe yong hai te hebben. Vervolgens belde John Porruk, die het hele weekend maar bleef bellen. Triest figuur. Als ik nog één keer wat van hem hoor, zwaait er wat. We wilden dit weekend eigenlijk niet gaan drinken, maar Mercury, de bekendste kat van Serooskerke en Neeltje Jans, is terug.
In Sevilla stroomde het van de regen toen we aankwamen. We hadden een prima appartement voor een schappelijk bedrag. Veel dank aan de organisatie! Wat ook goed geregeld was, maar matig van kwaliteit, was het eten. Eerst mochten we er geen drinken bestellen, maar toen ineens wel. Gelukkig maar, want daar kwamen we voor. Het eten zag er veelbelovend uit, maar was van zeer matige kwaliteit. De tartaar bestond voor 61% uit mosterd en werd tevens geleverd met een bolletje mosterdijs. De friet was koud en het vlees bij het hoofdgerecht was ook niet bijzonder. Alleen degenen die zo dronken waren dat ze dit niet meer merkten, gaven achteraf aan prima te hebben gegeten. Het personeel was redelijk humorloos. Pas toen we voor de kale kapperszoon “He wants hair” bestelden, kon de ober het lachen niet meer inhouden. Ook was men, net als alle andere Spanjaarden, werkschuw. Gek dat die economie niet draait. De manager stond de hele avond druk te doen en te wijzen, met de mail van Simon in zijn hand. Geen idee waarom, maar hij heeft in ieder geval niets gedaan.
De enige Spanjaarden die hun werk wel (te) serieus nemen zijn de politieagenten en uitsmijters. Waar de Nederlandse wout niets meer is dan een de-escalerende buurtbemiddeling, praat de Spaanse collega alleen met de wapenstok, die ook bij het minste of geringste getoond wordt. Ook zijn erbij die bivakmuts dragen, wat de uitstraling ook niet gezelliger maakt. De uitsmijters zijn nog erger. Na een paar cafés (de Motto Motto was een favoriet, en die ene waar ze nu nog de pinda’s van de vloer aan het vegen zijn) was het tijd voor de club: KoKo. De ene ‘Ko’ in KoKo staat voor ‘koortsdroom’ en de andere ook. Ze lieten je eerst een kwartier buiten in de rij staan, om de illusie te wekken dat het binnen druk was. Dat was het uiteraard niet. Als je het in je hoofd haalde om niet voor je jas te betalen en die gewoon in een hoekje te leggen, werd deze gejat door bewakers die ‘m op straat pleurden. Daar leek het wel een vlooienmarkt door de enorme uitstalling aan jassen. Ook werden mensen er om de meest domme redenen uitgezet, sommigen meerdere keren op een avond.
Sevilla blijkt ook een voetbalclubje te hebben. Deze club komt uit in de, zoals Jelle dat noemt, Primera de División. Ze speelden tegen Athletic Club. Beide clubs draaien geen bijzonder seizoen en de spelers waar je normaal voor naar het stadion komt, bleken geblesseerd. Zo misten Azpilicueta, Rubén Vargas, Januzaj, Alexis Sánchez en de gebroeders Williams. Eén van de broers viel nog in, maar was net zo fit als wij. Hoogtepunten waren Gudelj, Yuri (Hé Yoeri hé) Berchiche die op de flank voorbijkwam geflitst en een invalbeurt van Oso (Spaans voor beer). Monus vermaakte de jeugd op het vak door te dabben en is nu ook in te huren voor kinderfeestjes. Ook in het stadion nam de beveiliging het werk serieus, maar werd je toch binnengelaten als je in plaats van je ticket een sticker van een Oostenrijks-Duits schilder/politicus liet zien. Zoals Condomulus zei: “een innoverende wedstrijd”. Die zaterdag was het heerlijk zonnig weer. Nu we toch op trainingskamp waren, wilden we een potje voetballen ook. Na veel moeite kregen we de lokale jeugd op een pleintje zo ver dat ze een ‘clasico’ tegen ons wilden spelen. Eigenlijk wilden ze liever op hun telefoon filmpjes kijken. Er zat ook weinig voetbaltalent bij, maar wel veel voetbalkennis. Zo werd Jelle ‘fat Ronaldo’ genoemd.
Na de wedstrijd was het weer tijd voor eten en drinken. Zo werd er vis uit het vuistje gegeten en werden er shots tequila gedronken. Een aantal teksten kunnen helaas niet in dit verslag, maar u zult vast over de ‘lopers’ gehoord hebben. Er is uiteraard weer ‘gewandeld’. Mocht u nou echt eens een keertje goed willen eten in Sevilla, bezoek dan Sala Privé. Dit restaurant wordt gerund door serveerster Dayanna. De knoflookgarnalen waren heerlijk, de toiletten ruiken er naar gezeefd berkenhout en je kunt er gratis parkeren. Dit was één van de onderwerpen van de Sevilla Potten Bingo, een bingokaart met allerlei gebeurtenissen die mogelijk zouden plaatsvinden. Uiteindelijk zijn er veel vakjes ingekleurd. Zo werd er zelfs op straat gepoept. Dit is schijnbaar normaal onder hardlopers. U denkt: heeft er een hond uit de buurt diarree? Nee, dan is het een hardloper die gisteren gedronken heeft. Het vakje “Simon komt om 7 uur ’s ochtends thuis” werd niet gehaald, hij en Slotta arriveerden om half 8 bij het appartement, waar de hardloper net de deur uitstapte voor zijn rondje. “Als ik jullie was, zou ik maar eens gaan slapen” – “Bedankt voor de tip”.
De tweede avond besloten we gewoon weer naar de KoKo te gaan. Jelle werd herkend als diegene die de avond ervoor de hik had. Een ander werd erop gewezen “Behave yourself this time.” En dat gebeurde ook. Van ons werd er dit keer niemand uitgegooid. Wel kreeg er nog iemand een drankcollege van AI en de Google Lens. En als er dan gedronken wordt, dan komen de intelligentste gesprekken op gang. Wat denk je van Cees Woodpencil en Simon from the Pants? “M’n café ligt nog in m’n telefoon”, “Die, dier, das, coyote”, “Ik ben de vader van Sem”, “Hij wil gewoon beter licht”, “Als ik m’n Betsie” en “Tweebola.” Het beste dronkemansverhaal was Jelle die aan Fré en Nol uitlegde hoe zij ooit getuige waren geweest van de ontvoering van Rooney door de Oost-Europese maffia. De heren in kwestie wisten van niets. De bron van het verhaal bleek Ramonus te zijn… Ook goed als je scarface probeert te zeggen, maar er “Carspace” uitkomt. En wie is Jeroen de Vos eigenlijk? En Brobbey Holmes heeft ook in AI de transfer naar Sunderland gemaakt.
Al met al hebben we een prachtig weekendje gehad. Weinig schade, alleen zijn we niet erg fit meer, wel Sevillafit. Iemand kreeg bij het kotsen nog een wc-bril op de neus, maar verdere schade bleef uit. Toen we zondag zaten na te praten, onder het genot van Piet Jobse die accordeon speelde, zagen we een paar zwervers van het leven genieten met blikken bier. Ze voerden een obese zwerfhond pakken salami, dat zal geroken hebben. Toen kwamen we tot de conclusie dat wij ‘weekendzwervers’ zijn. Doordeweeks gewoon netjes aan het werk, maar in het weekend onder invloed op straat. Behalve voor degenen die op maandag horecaweekend hebben en dus ook doordeweeks zwerver zijn.
Het weekend erna speelden we door een late afgelasting niet tegen Brouwershaven, dus gingen we maar naar Zwanenburg voor een gezellige avond bij Bertus Zacharias Wouters, de op één-na-bekendste niet-meer-vermiste kat van Seroos. Afgelopen weekend speelden we thuis tegen Kloetinge. Deze wedstrijd verloren we met 2-4, doelpuntenmakers Rens en Candy. Dieptepunten: veel. Spaarzame hoogtepunten: de bardienst en debuterend keeper Milan die een spits dolde. Maar: het galmde op het sportpark!


